Skip to main content

Verbeterde isopreenemissies door satellietwaarnemingen van landbedekking

Research Topic Chapter
News flash intro
Isopreen wordt voornamelijk uitgestoten door vegetatie, en meer specifiek, het bladerdek. Ongeveer 80% van de wereldwijde isopreenemissie vindt plaats in de tropen, waar hoge temperaturen, intense zonnestraling en loofbomen de uitstoot bevorderen. De huidige isopreenemissie-inventarissen zijn typisch gebaseerd op vegetatiekaarten die ofwel gemodelleerd zijn en dynamisch, ofwel afkomstig zijn van satellietdata en statisch. De modellen houden echter geen rekening met de grote druk van menselijke ontwikkeling op het landschap wat in de vorige decennia leidde tot ernstige verliezen, voornamelijk in tropische bossen. We stellen de eerste isopreenemissie-inventarissen voor, gebaseerd op de landbedekking waargenomen vanuit de ruimte.
Body text

Van alle biogene vluchtige organische stoffen (BVOS) is isopreen verreweg de belangrijkste. Zowel omdat het de meest uitgestoten BVOS is, als door de grote impact die het heeft op de atmosfeer. Omdat isopreen voornamelijk wordt uitgestoten door de vegetatie, en meer specifiek door bomen, is de uitstoot in hoge mate afhankelijk van de bodembedekking.

Welke impact heeft een veranderende bodembedekking op de emissie van BVOS?

Satellietwaarnemingen kunnen helpen om die vraag te beantwoorden en een beter beeld geven op verandering in bodemgebruik door de mens (ontbossing voor landbouw, houtkap en verstedelijking). Drie globale datasets voor landbedekking, gebaseerd op satellietdata, zijn de afgelopen jaren gebruikt om deze veranderingen in kaart te brengen. Ze zijn gebaseerd op data van MODIS, ESA CCI-LC en een combinatie van de MODIS-dataset met de boombedekking van de Global Forest Watch database (GFWMOD). Deze datasets van boombedekking, gebaseerd op satellietgegevens, werden vergeleken met de FAO database voor 2020 (FAOSTAT), de huidige standaard gebaseerd op nationale inventarissen.

Isopreenemissie-inventarissen, gebaseerd op jaarlijkse landbedekkingskaarten tussen 2001-2016, werden gegenereerd met behulp van het biogene emissiemodel MEGAN.

Onze studie toonde aan dat:

  • er grote verschillen bestaan tussen de datasets van landbedekking wat betreft de wereldwijde oppervlaktedekking van bomen (30-50 Mkm²) en hun trends (van -0,26 tot +0,03% per jaar);
  • de toenemende trends in bosareaal die door sommige nationale inventarissen (bijv. de VS en China) gerapporteerd worden, niet worden bevestigd door de datasets op basis van satellietgegevens (Fig. 1);
  • de wereldwijde impact van veranderingen in landbedekking een verzachtend effect heeft op de sterk positieve trends in isopreenemissies (0,94 % per jaar) onder invloed van meteorologische parameters zoals temperatuur en zonnestraling;
  • de sterkste reductie van de globale trends in isopreenemissie (0,33 % jaar) wordt verkregen door gebruik te maken van de GFWMOD-database vanwege de dalende trends in boombedekking (Fig. 2), voornamelijk in de tropen;
  • de simulatie met GFWMOD, die de grootste afname van de boombedekking vertoont, tot een betere overeenkomst leidt met de OMI HCHO-trends in verschillende beboste regio's.

 

Referentie

Opacka, B., Müller, J.-F., Stavrakou, T., Bauwens, M., Sindelarova, K., Markova, J. and Guenther, A.B. Global and regional impacts of land cover changes on isoprene emissions derived from spaceborne data and the MEGAN model [manuscript submitted for publication].

Figure 2 body text
Figure 2 caption (legend)
Figuur 1: Netto-totale boombedekkingstrends (in km²/jaar) in vijf grote landen volgens de datasets gebaseerd op satellietdata (MODIS, ESA, GFWMOD) en nationale inventarissen (FAOSTAT) voor 2001-2016.
Figure 3 body text
Figure 3 caption (legend)
Figuur 2: Ruimtelijke spreiding van de lineaire netto trend (verandering in dekkingsfractie per jaar) in boombedekking voor 2001-2016 in GFWMOD. De verandering per jaar wordt berekend door de trends in de boombedekking in elke rastercel, uitgedrukt in km²/jaar, te delen door het overeenkomstige rasteroppervlak.